Hongerige reus pakt afval op cruiseschepen aan
Cruisemaatschappijen denken al jaren na over eten: hoeveel ze inkopen, hoeveel er wordt opgegeten en wat er gebeurt met alles wat overblijft als het buffet dichtgaat. Voor Chris O’Brien, oprichter en directeur van Hungry Giant Waste Systems uit Austin, draait zijn hele bedrijf om dat laatste. Zijn droogtechniek voor etensresten wordt inmiddels door verschillende cruisemerken gebruikt, sommige zelfs op de hele vloot.
“Onze systemen draaien al op veel schepen, sommige grote merken gebruiken onze technologie op de hele vloot en zien een echt goed rendement”, aldus O’Brien.
Sommige rederijen gebruiken de “Chewie”, een zelfstandige bio-vermaler die etensresten maalt en ontwatert. Anderen kiezen voor bio-dehydrators, een soort droger voor etensafval. “Sommigen combineren de systemen om meer te kunnen verwerken, zodat er minder afval hoeft te worden overgeladen en geloosd”, legt O’Brien uit.
Dat laatste is belangrijk, want afval van internationale reizen wordt door de Amerikaanse dienst APHIS van het ministerie van Landbouw gezien als “regulated garbage”. Dat moet worden verbrand, gesteriliseerd of op een andere strenge manier worden behandeld voordat het in een Amerikaanse haven van boord mag. Hoe minder afval een schip meeneemt, hoe beter.
Van piepschuim naar etensafval
O’Brien begon zijn loopbaan in de afvalwereld met een baan in een winkel in Sydney, midden jaren 2000. Hij zag hoeveel piepschuim er direct in de prullenbak verdween nadat medewerkers pakketten hadden uitgepakt. Daarom bouwde hij een machine die dat materiaal bij de bron vermorzelt en samenperst, en vroeg er patent op aan.
Jarenlang bouwde en verkocht hij bedrijven in de Australische afval- en recyclingindustrie, tot hij in 2018 naar Austin in Texas verhuisde. Daar richtte hij zich op een nog grotere markt: etensafval. De cruisetak van Hungry Giant komt voort uit dezelfde drijfveer en uit technologie die oorspronkelijk uit Zuid-Korea komt.
Water eruit halen
Het idee is eigenlijk simpel. Etensafval bestaat grotendeels uit water. Maal je het fijn en haal je al het vocht eruit, dan houd je maar een fractie van het volume over. Wat overblijft is stabiel genoeg om te bewaren zonder dat het rot, stinkt of ongedierte aantrekt.
Daarmee wijkt Hungry Giant af van de biodigesters die veel cruisemaatschappijen al lang op hun hele vloot gebruiken. Een digester werkt als een kunstmatige maag: micro-organismen en enzymen breken het eten af tot een waterige pulp, die als grijs water op zee wordt geloosd.
De dehydrators van Hungry Giant doen precies het tegenovergestelde. Ze verhitten het afval tot een temperatuur waar geen ziekteverwekker tegen kan en halen het water eruit met een proces van stoom en condensatie. Wat overblijft is droge, stabiele biomassa in plaats van vloeistof. Die kan worden opgeslagen, in een haven van boord gehaald, verwerkt tot meststof of bodemverbeteraar, of soms zelfs verbrand voor energie.
Twee machines, twee taken
“De combinatie van onze twee machines is ook ideaal voor retrofits”, zegt O’Brien. Op kleinere schepen kan de vermaler soms zelfs worden overgeslagen, zodat het afval direct in de dehydrator gaat.
- De vermalers staan laag in het schip en maken van etensresten een halfdroge pulp. Via een vacuümsysteem kan die van wel acht keukens naar één centraal punt worden gebracht, handig op een megaschip met meerdere keukens verspreid over meerdere dekken.
- De dehydrators nemen hele etensresten of pulp van de Chewie aan en verkleinen het volume met 70 tot 93 procent. Alle gegevens gaan naar een cloudportaal. Grote schepen krijgen meerdere vermalers en grotere dehydrators, kleinere schepen kleinere units.
De biomassa kan daarna worden verbrand of geloosd, afhankelijk van de route en het duurzaamheidsbeleid van de rederij. Zo houden de maatschappijen meerdere opties open.
Vooral bestaande schepen
Zo’n 90 procent van de installaties van Hungry Giant is een retrofit op een bestaand schip. Het bedrijf doet de hele klus zelf: een eigen team beoordeelt de ruimte, installeert de units, last en sluit alles aan, en leert daarna de eigen recyclingcrew, technici of keukenmedewerkers van het schip met de apparatuur te werken.
De rederij hoeft geen speciaal personeel aan te nemen, aldus O’Brien. Bestaande bemanning past het werk in hun dagelijkse routine, want zij verplaatsen het eten toch al tussen de keuken, de vermalers en de dehydrators.
Er lopen ook eerste gesprekken met andere grote cruisemerken. Daarnaast richt het bedrijf zich op kleinere rivierschepen, waar vooral het kleinere volume voordeel biedt en minder het verminderen van overladen afval.







Reactie